“Ik moet er wel écht zin in hebben…”
Herken je dat? Dat je pas wilt beginnen met sporten of gezonder eten als je er helemaal zin in hebt.
Eerlijk: ook ik had vaak geen zin. Soms was ik moe, had ik een vervelende dag op mijn werk achter de rug of was mijn hoofd vol met andere dingen. Toch merkte ik dat ik me bijna altijd beter voelde als ik wel ging. Meer energie, een stuk vrolijker en even helemaal bezig zijn met alleen dat. Eigenlijk precies het tegenovergestelde van de redenen die ik eerst gebruikte om niet te gaan.
Best bijzonder hoe dat werkt, toch?
Niets moet. Jij bepaalt altijd zelf welke keuzes je maakt. Maar die keuzes worden vaak beïnvloed door alles wat er om je heen gebeurt: drukte, vermoeidheid, gedachten. Terwijl juist de keuze om toch te gaan, kan helpen om die druk wat los te laten.
Motivatie komt vaak pas wanneer je bezig bent. Daarom is het zonde om te wachten op het perfecte moment. Natuurlijk heb je weleens een dag dat je geen zin hebt, maar door toch te gaan ontdek je dat het verschil maakt. Juist die kleine stapjes brengen je verder.
Waarom motivatie vaak na de start komt
Dit heeft te maken met een paar psychologische en lichamelijke processen:
- Actie creëert momentum
Ons brein werkt vaak met “gedragsactivatie”: zodra je begint, krijgt je brein een seintje dat je in beweging bent. Dat kan zorgen voor meer energie en een gevoel van controle. - Beloning van het gedrag
Bewegen of iets gezonds doen geeft vaak direct een kleine beloning: je voelt je energieker, trots dat je gestart bent, of je ervaart ontspanning. Dat positieve gevoel versterkt je motivatie om door te gaan. - Gedachtenkanteling
Vooraf denk je vaak: “ik heb geen zin, het kost moeite.” Tijdens of na de actie denk je eerder: “hé, dit valt eigenlijk mee, ik voel me beter.” Dat verschil in gedachten maakt dat motivatie achteraf groter is dan vooraf.
Gedrag wordt niet alleen bepaald door motivatie, maar ook door omgeving, gewoontes en de kleine beloningen die je ervaart zodra je bezig bent.
